WELGELEGEN

Mijn eerste kennismaking met deze wijk was de Montessori  kleuterschool aan de Kleine Houtweg. In september 1943 ging ik er voor het eerst heen. Lopend vanuit de Wilhelminastraat  -die toen op last van de bezetter Schouwburgstraat heette-  via de Raamsingel, Van Edenstraat, Tempelierstraat, Wijde geldeloze pad, Houtplein en Baan. Veilig onder de hoede van mijn zus.
Op die school leerde ik mijn nog steeds oudste en trouwste vriend kennen. Hij woonde aan de Kleine Houtweg in een huis recht tegenover het hek van de Griffietuin. Daar wisten wij makkelijk in te komen om te spelen. We leerden er de vogels kennen en gapten er bloemen van de stinzenplanten.
Ook toen we onze ouderlijke huizen uitgingen om te studeren en gezinnen te stichten bleven wij betrokken bij de buurt.
Wat prachtig dat het sportfondsenbad ging verdwijnen, wat een schrik toen er plannen kwamen om midden in het Frederikspark een nieuw gebouw voor de bollenbeurs te gaan bouwen.
We schreven er zelfs een stukje over in de rubriek “Het hart op de tong” in de Nieuwe Haarlemse Courant van 15 januari 1957. We lieten blijken boos te zijn op de gemeentelijke dienst “Hout en Plantsoenen” die het met de bouw eens was. Blij waren we met het standpunt van de vereniging Haerlem die er niets in zag. Wij maakten ons zorgen om de aantasting van het fraaie Frederikspark met zijn prachtige oude bomen.

Willem Holthuizen met kleindochter bij Thijsse

Willem Holthuizen met kleindochter bij Thijsse

In 2003 werd  ik lid van de Provinciale Staten en dus werkzaam in Welgelegen. En meteen geconfronteerd met de afschuwelijke  bouwplannen in de Griffietuin van architect Mateo.
Tijdens een van de besprekingen daarvan in een Statencommissie maakte ik kennis met een van de bewoners aan de Kleine Houtweg tegenover het Frederikspark.  Erik Haverkorn, die op zijn website: www.haarlemsbouwplannen.nl  veel informatie over de provinciale bouwplannen publiceerde, had net als ik  grote bedenkingen tegen de plannen. De openheid van Frederikspark naar Paviljoen Welgelegen zou wederom, net als vlak na de wereldoorlog door de nu gelukkig gesloopte noodbouw, worden aangetast. Vanaf 2007, toen de provincie besloot afscheid te nemen van Mateo,hadden we via onze inmiddels opgerichte Stichting Haarlems Bouwplannen, succesvolle inspraak bij plannen die nu worden uitgevoerd. Plannen die er toe leidden dat van de gift die  Graaf Wichman in de 13de eeuw aan de Haarlemse bevolking deed, namelijk het terrein ten zuiden van de Baan om te wandelen en te spelen tot in de eeuwigheid, weer volop kan worden genoten.

Drs. Willem Holthuizen

lid van Provinciale Staten van Noord-Holland,
voorzitter Stichting www.haarlemsbouwplannen.nl